Historie van de Adrillen

De eerste twee maandagen in november heeft Winschoten zijn Allerheiligenmarkt. Deze pagina geeft de historie weer van de markt.

adrillen historieHet moet 'ergens' rond 1815 zijn geweest dat Winschoten zijn eerste Allerheiligenmarkt beleefde, de Adrillen dus. Winschoten, toen nog een onaanzienlijke vlek op de landkaart, heeft amper te lijden gehad van en onder de Franse overheersing. Natuurlijk, narigheden en moeilijkheden waren er genoeg. Nederland was immers 'bezet gebied' en dus de onafhankelijkheid kwijt en het nationaal bewustzijn van het volk kon zich niet uiten.

Maar tegenover die last stonden enige belangrijke voordelen. Winschoten werd door het nieuwe Franse bewind verrijkt met een aantal belangrijke instellingen, doordat toen amper 2250 zielen tellende stadje-in wording verheven werd tot de hoofdplaats van een arrondissement en in het bezit kwam van een rechtbank, kantongerecht, belastingkantoren en kantoren voor hypotheken en registratie. Napoleon bepaalde dat ons land in departementen zou worden verdeeld.

De provincies Groningen en Drenthe vormden samen het departement Wester-Ems met een prefect, zetelende in Groningen, aan het hoofd. In Winschoten vestigde zich de onderprefectuur. Die vertegenwoordigde voor de 'mairie Winschoten' de Franse regering.

In 1812

In 1812 wordt besloten de jaarmarkt te verplaatsen naar de Marktkamp. Die markt groeide snel uit tot wat we nu als Allerheiligenmarkt (in de volksmond verbasterd tot Adrillen) kennen. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat de eerste echte Adrillenmarkt in 1815 werd gehouden!
Na het vertrek van de Fransen (november 1813) bloeide Winschoten op tot het welvarende centrum van Oldambt en Westerwolde.n 1816 werd Winschoten reeds erkend als 'stad van de zesde rang'.

in 1825

adrillen historieIn 1825 verkrijgt Winschoten van Koning Willem I stadsrechten en toestemming voor een 'stedelijke regering'. De bloei levert de jaarmarkt ook meer aanzien op, zodat de Allerheiligenmarkt allengs uitgroeit tot de grootste jaarmarkt (goederen en vee) van de provincie Groningen.

 

In 1834

Tegenwoordig wordt de stoet van genodigden voorafgegaan door een dweilorkest. In het begin was dat de blaaskapel van Nieuw leven oftewel Njoe Laif onder de naam Winschoter Adrillen Kapel (WAK). De laatste jaren is het de Mill Rose Jazzband.

A. Busscher Adjudant schout van Winschoten schreef in 1834 het volgende: "Het wordt aan een iegelijk verboden om gedurende de kermis eenige liederen te zingen, op trommels te slaan, op fluit te spelen of iets dergelijks te doen, waardoor vrij wat geraas zoude veroorzaakt worden vanaf de Pijp, door de Torenstraat, tot aan het huis van de Wedv.Cannegieter, en ook niet op het Kerkhof, aangezien er zich in die nabijheid een mensch bevind dewelke in zeer bedenkelijke omstandigheden verkeerd". Zo zie je maar weer dat muziek niet altijd in goede aarde viel.

In 1855

Naast Adrillen werd op 20 juni 1855 de eerste paardenmarkt in Winschoten gehouden. Ter bevordering van de aanvoer werd door de Raad bepaald, dat van de paarden die werden aangevoerd, geen marktgeld zou worden geheven. Om de aanwezigheid van landbouwers en handelaren aan te moedigen werden tevens beschikbaar gesteld: een premie van vijftig gulden voor hem die het schoonste kapitaal paarden op de markt aanvoert; een premie van vijfentwintig gulden voor het schoonste tuigpaard dat zich op de markt bevindt en een premie van vijfentwintig gulden voor het schoonste rijpaard dat naar de markt wordt gebracht.

In 1889

"De Allerheiligenmarkt te Winschoten handhaafde maandag 4 november weder haar ouden roem. Niettegenstaande er bijna den ganschen dag een zachte regen viel, wemelden de straten van en waren de hotels vol vreemdelingen. De neringdoenden hadden ruim bezoek en het ruime Marktplein bleek, zelfs nu de schapenmarkt naar de Gedempte Venne was verhuisd, ook weder veel te klein om al het aangevoerde vee benevens de massa kooplieden en nieuwsgierigen te kunnen bevatten. Hield het weer nog sommigen tegen, de tramwegmaatschappij zag zich toch genoodzaakt extra treinen te laten loopen, om de groote massa passagiers langs hare banen te kunnen vervoeren. Nog nimmer te voren -lest heugt t best- was de markt zoo druk. Aangevoerd werden 680 runderen, 620 varkens, 310 schapen en 33 paarden".

In 1891  

In 1891 waren er 850 koeien en kalveren, 560 schapen, 680 varkens en 80 paarden. "Door schoon weer begunstigd, waren aldaar wel om de 300 rytuigen".

Het is zoals dichter en schrijver Derk Sibolt Hovinga in zijn boek 'Noar t Adrillenmaart in Winschoot' laat optekenen:

Van 't Oldambt en Westerwolle
Tussen 't Knoal en Bennewolle
Joa van d'eems in 't Raaiderlaand
Tot hail aan de Drentse kaant.
Gounent hebben hier heur pad
Tels noar Grunnen, noar de Stad,
Moar 'n bult staarker is de baand
Tussen Winschoot en zien laand.

En zo komt het dat vele duizenden jaarlijks massaal naar Winschoten trekken om op de eerste en tweede maandag (dan is het Lutje Adrillen) van november Allerheilgenmarkt te bezoeken. Want wie niet is geweest telt niet echt mee.

adrillen gedicht



adrillen historie

adrillen historie